Weemoed

Submitted by Peter on Sun, 01/23/2022 - 17:10

De weemoed bevestigt vooral dat we het goed hebben gehad met z’n drieën. Dat het een mooie, intieme tijd is geweest waarin onze zoon opgroeide tot de man die hij nu bijna is. Dat die tijd voorbij  is nu, geeft mij dat zware, een beetje een verloren gevoel. Geen leegte, alsof ik niet zou weten wat ik nu met mijn tijd aanmoet, dat is het niet, en ook geen verlangen naar wat is geweest, want ik vind het geweldig om te zien en te weten dat onze zoon nu zijn eigen weg zoekt in de wereld. Ik denk eerder dat het het verlangen is om erbij te zijn op die weg van hem, wel wetende dat dat de bedoeling niet is, en dat hij nooit echt een man zal zijn als papa zijn hand blijft vasthouden. Wel wetende, maar waarom is het dan dat mijn gemoed zo bezwaard is en mijn ziel lijkt te huilen? Blij toch ook wel, dat mijn zoon me zo niet ziet. Hij zit op anderhalf uur rijden in de stad waar hij zijn eigen flatje heeft betrokken, aan zijn studie is begonnen, en een eigen leven opbouwt. En ik loop na bijna twee decennia waarin het leven overvol en altijd druk was, verloren in mijn eigen wereld rond. Is dit dan, vraag ik me natuurlijk af, het empty nest syndroom? Of deel van de midlife crisis waar ik wel degelijk en al veel langer last van heb. Maar volgens is dat het allemaal niet. De weemoed die mij vervult, komt voort uit het besef dat kindertijd en jeugd zijn afgesloten en nooit meer terugkomen, de twijfel of we er genoeg van hebben genoten, er alles hebben uitgehaald om hem zoveel mogelijk mee te geven, en  de angst dat de initimeit nooit meer hetzelfde zal zijn.

De vele nachten dat we met z’n drieën in één bed gingen slapen, soms met harde wind en regen buiten., met onweer, of juist een zinderende warmte waardoor dag en nacht meer in elkaar leken over te vloeien. De dagen dat we met z’n drieën onbekende steden en landschappen verkenden, op lange vluchten naar de andere kant van de wereld vlogen, en met de auto Europa doorkruisten. Of gewoon thuis, zorgden dat ieders eigen leven alle ruimte kreeg, en met een eerste schooldag, een eerste feestje, een eerste baantje, een eerste rijles, een eerste examenperiode, een eerste keuze voor de toekomst, nieuwe kansen zich openbaarden.

Met onherroepelijk het uiteengaan van de generaties.

Ik ben blij dat hij me zo niet ziet, een beetje verdwaald in mijn eigen leven en in gedachten zo vaak bij hem, en wat hij doet, en of hij het naar zijn zin heeft daar in die stad, op die school, in zijn appartementje. Dat is zijn leven, dat weet ik wel, maar het is alsof onze wegen zich zijn gesplitst en ik die van mij, van ons, niet wil opgaan want dat maakt het zo definitief. Alsof ik geen afscheid kan nemen van zijn jeugd.

Het was een mooie en intieme tijd. Het is een godsgeschenk om het te hebben mogen beleven. Maar ik moet verder, fluister ik mezelf in. Ik moet verder, mijn eigen weg een nieuwe richting geven zodat hij en ik allebei onszelf kunnen zijn.

Tags